De regionale werkplannen zijn gericht op plaatselijke situaties. Iedere regio stelt zijn eigen prioriteiten maar ze komen allemaal aan twee hoofddoelen tegemoet:
De regiocoördinator stelt het regioplan op in samenwerking met de ketenpartners, op grond van de gekozen prioriteiten. De uitvoering van de afzonderlijke onderdelen van het regioplan is en blijft de verantwoordelijkheid van de betreffende partijen. Zo worden veel van de randvoorwaarden voor een sluitende aanpak gerealiseerd door de vorming van de centra voor jeugd en gezin en de afspraken die partijen daaromtrent maken. De bureaus jeugdzorg en aanbieders van zorg zijn ervoor verantwoordelijk dat na een melding snel de juiste zorg beschikbaar komt. Maar ook de ziekenhuizen, de steunpunten huiselijk geweld, de politie en het onderwijs: allen hebben hun eigen aandeel en verantwoordelijkheid in de aanpak van kindermishandeling. Iedere partij heeft daarbij zijn eigen verantwoordelijkheid én een verantwoordelijkheid in de samenwerking.
Bij het opstellen van de regioplannen, kan het zorgcontinuüm van Hermanns en het bijbehorende raamwerk met werkzame factoren, als leidraad worden gebruikt.